Wat is kinderergotherapie?

Kinderergotherapie richt zich op het verbeteren van activiteiten uit het dagelijks leven op school en thuis. Het gaat om handelingen die de kinderen zelf willen leren of die ouders/leerkrachten belangrijk vinden. Het betreft zowel spel, zelfredzaamheid als schoolse vaardigheden. Kinderergotherapie kan toegepast worden bij kinderen van alle leeftijden, van baby tot adolescent en gaat uit van doelen die het kind, ouders en school van belang vinden.

Onze kinderergotherapeut heeft het totaaloverzicht van waar het in een activiteit misgaat en kan snel analyseren hoe er tot oplossingen gekomen kan worden. Hierbij wordt niet alleen het kind, maar vooral ook zijn omgeving (ouders, leerkrachten, familie, huisomgeving en schoolomgeving) meegenomen. Onze therapeut observeert het kind vaak in de omgeving waarin het probleem zich voordoet en hierdoor kan een passend advies gegeven worden. Het voordeel van het hebben van het totaaloverzicht is, ook dat wanneer het nodig is, andere disciplines snel kunnen worden ingeschakeld.

Wanneer kunt u kinderergotherapie inschakelen?
Wanneer een kind problemen heeft in de uitvoer van één of meer dagelijkse activiteiten of schoolse vaardigheden, dan kunt u de kinderergotherapeut inschakelen. Denk hierbij aan problemen op het gebied van concentratie/aandacht, planning, schrijven, knutselen, aankleden, uitvoer van hobby’s, etc. Tevens kunnen ook problemen in het gedrag een indicatie zijn.

Voorbeelden
De kinderergotherapeut kan aandacht besteden aan de volgende problemen:

Zelfverzorging
  • Problemen bij het aan- en/of uitkleden;
  • Prikkelverwerking; het kind gaat niet graag in bad, vermijdt bepaalde kleding, speelt niet graag met water/zand/gras of houdt opvallend zijn oren dicht bij harde geluiden;
  • Het kind kan niet op een standaard stoel aan tafel zitten, zowel thuis als op school;
  • Ouders hebben ondersteuning nodig bij een rolstoelaanvraag, ander hulpmiddel, en/of woningaanpassingen voor hun kind.
Schoolactiviteiten
  • Concentratieproblemen op school of tijdens huiswerkopdrachten;
  • Moeite met schrijven of lezen;
  • Moeite met tekenen of het kind heeft moeite met het vasthouden van een pen/potlood;
  • Het kind is verder met opdrachten dan leeftijdsgenootjes en lijkt zich op school te vervelen.
Spel
  • Problemen met samenspel;
  • Het kind speelt alleen maar met oudere of jongere kinderen, maar niet of zelden met leeftijdsgenootjes;
  • Maar kort kunnen spelen, snel interesse of concentratie verliezen.